NL rolzegels

In de speciaal catalogus Rolzegels- Automaatstroken en Automaatzegels staat een leuk artikel over Bedrijfsrolzegels. Dhr. Paul Portheine, een van de samenstellers van deze catalogus heeft toestemming gegeven om een gedeelte van de catalogus, die handelt over voorafstempelingen op te nemen op onze website.


5000/10000 rollen (Bedrijfsrolzegels)

lnleiding
Vanaf 1984 worden er door de PTT zegels afgeleverd in rollen van 5000 stuks. Deze zegels worden gebruikt voor frankering van reclamedrukwerk. Men beoogt hiermede te bereiken dat een enveloppe die gefrankeerd is met “echte” postzegels eerder geopend zal worden dan een brieÍ met “port betaald”. De zegels worden machinaal op de enveloppe geplakt, waarbij de machine een capaciteit heeft van 10.000 enveloppen per uur. De postzegels worden niet geplakt door middel van gom op de achterzijde, maar door de machine wordt de zegel voorzien van twee oÍ drie lijmstrepen. Aanvankelijk waren de zegels afkomstig van 5000 rollen en de rollen voor het zegelafgifteapparaat identiek wat betreft de toegepaste nummering. Het cijfertype 2 dat in die periode werd toegepast kende naast elkaar slechts 3 cijfers zodat de hoogste nummering 995 was. De 5000 rollen moeten dus
vier maal de overgang 995-000-005 gehad hebben. De eerste afgeleverde zegels waren allemaal van het kleinformaat (Crouwel en Beatrix). ln 1985 werden de eerste grootformaat-zegels afgeleverd (Europa 1984). Kennelijk heeft dit tot productieproblemen geleid want de grootformaat zegels die direkt hierna werden afgeleverd waren ongenummerd. Een deel van deze ongenummerde rollen is niet beschikbaar gesteld aan verzamelaars. De ongenummerde rollen verdwenen weer door de introductie van het cijfertype 4, waarbij het nummer vijf cijfers bevatte dat op het zegel werd gespoten (inktjet). Met de introductie van dit cijfertype was meteen de overgang 995-000-005 opgelost en konden de rollen weer genummerd
worden conform het aantal zegels op de rol. De zegels afkomstig van de 5000 rollen werden aanvankelijk niet geleverd aan verzamelaars. Gelukkig werd dit beleid gewijzigd en konden de zegels besteld worden bij de filatelistische dienst in Groningen. De zegels worden echter (nog?) niet verstrekt in de jaarcollectie. De 5000 rollen met cijfertype 2 werden aan de filatelistische dienst geleverd in rollen van 1000 stuks. Hierdoor werd de nummering 995-000-005 niet geleverd aan verzamelaars. De zegels worden door de filatelistische dienst aan verzamelaars geleverd in strippen van vijf zegels, indien de zegels afkomstig zijn van genummerde rollen. Van de ongenummerde rollen werden strips van 11 zegels geleverd. Dit als bewijs dat de zegels afkomstig waren van rollen en niet uit het vel. De benaming 5000 rollen is ook al achterhaald, want inmiddels worden ook rollen
geproduceerd met 10000 zegels. ln februari 1988 werd het cijfertype 5 bij deze rollen geconstateerd. De brieven gefrankeerd met de 5000/10000 rollen
worden meestal direct na het plakken op dezelfde machine afgestempeld (voorafstempeling). Het merendeel van de aldus verzonden brieven in de periode van 1985-1990 is verstuurd naar het buitenland.


Voorafstempeling
De massazendingen worden direct op de postzegel-plakmachine voorzien van een afstempeling.
lncidenteel en dan alleen voor binnenlandse zendingen zijn de poststukken voorzien van een PTT-afstempeling (machinestempel).
Bij de voorafstempeling komen, voor wat de druk betreft, twee typen voor namelijk:

  • stempels met dunne scherpe lijnen
  • stempels met dikke niet scherpe lijnen

lndeling van de stempels
De stempels die tot nu toe gebruikt zijn bij de voorafstempeling kunnen naar hun vorm en aard in vier groepen verdeeld worden.
Dit zijn:
A. Rondstempels met losse balk
B. Rondstempels met korte balk
C. “PTT” stempels
D. Plaatsnaam/’PTT” stempels.

De rondstempels met een losse balk lijken op het huidige handstempel dat als regel gebruikt wordt door PTT.
De rondstempels met een korte balk lijken qua vorm min of meer op de “stok” van een machinestempel.

De ‘PTT” stempels lijken deels op oude (sedert 1940) gebruikte stempels en de huidige bij PTT in gebruik zijnde stempels.
Bij de Plaatsnaam “PTT” stempels wordt niet alleen “PTT” vermeld, maar tevens een plaatsnaam. Een algemeen kenmerk van de stempels van het type C en D is dat er geen datum vermeld wordt. (Een uitzondering is stempel D3). Bij een aantal stempels komt op de plaats waar normaal bij de vergelijkbare hand- en machine- stempels de uuraanduiding vermeld is een cijfer voor. Dit cijfer duidt echter niet op het uur, maar op het bedrijf dat de zegels plakte en afstempelde. Op de plaats waar bij de vergelijkbare stempels een loketaanduiding is aangegeven komt bij een aantal voorafstempelingen eveneens een cijfer voor. Dit cijfer duidt ook op het bedrijÍ dat de poststukken voorzag van een postzegel en de afstempeling. De tot nu toe bekende bedrijfsaanduidingen zijn 1-10-17-40-50.

De stempels worden aÍzonderlijk aangemaakt voor iedere massazending. Voorbeelden zijn bekend van meerdere stempels voor dezelÍde massazending. Hierdoor verschillen alle stempels qua diameter. maar ook wat de hoogte van de cijfers en letters betreÍt.

ln de gegeven indeling is daarom geen onderscheid gemaakt in cijfergrootte oÍ diameter.

De stempels van het type A komen voor met een diameter van 28 tot 30 mm. en een cijÍerhoogte varierend van 2 tot 3 mm.

De stempels van het type 81 tot en met 86 komen voor met een diameter van 22 à 23 mm. en een cijferhoogte varierend van 1,2 tot 3 mm.

De stempels 87 tot en met 89 komen voor met een diameter van ca. 20 mm en een cijferhoogte van 2 mm.

De afgebeelde stempels zijn deels nagetekend en afgebeeld op ware grootte.





© Studiegroep voorafstempelingen 2020