De UNIGRO voorafstempelingen deel 2

R. Romer

1e  vervolg en slot                   R. Römer

5. De kruisbandjes

Tijdens de ganse periode die ons interesseert (periode van de préo’s) heeft de firma UNIGRO slechts één papiersoort gebruikt voor de kruisbandjes rond de catalogi. Het papier is roos en van goede kwaliteit.

De bandjes bevatten volgende gegevens, gedrukt met violette aniline-inkt:

N.V. UNICRO S.A. 

St. NIKLAAS

______________________

120228     57   19960

Mr.

Adres

6. De zegels

a. 0,60 Fr cijfer of heraldieke leeuw (nr. 855)

De zegels uit de eerste periode (zending 1) zijn niet allemaal op dezelfde dag voorafgestempeld, maar op data tussen 29-8-53 en 9-11-53. Hierbij valt op te merken dat de dienstnota pas op 1-9-53 verscheen zodat voorafstempelingen van augustus ’53 onwettelijk zijn.

In januari ’54 moet een bijkomende hoeveelheid catalogi verzonden worden. Er is nog steeds geen préozegel van 0,60 Fr. Op 8-1-54 verschijnt volgende dienstnota:

Frankering en afgifte van de briefwisseling

De firma UNIGRO zal eerlang grote hoeveelheden catalogussen afgeven welke zullen gefrankeerd zijn mei zegels van 0,60 Fr vooruitafgestempeld door middel van de datumstempel met inktrol van het kantoor St. Niklaas (W). -NLklaa(b)). (Zie Dn nr. 35 van 1-9-53)

De hoofden van de kantoren gelieven er de aandacht van het personeel op te vestigen dal deze zendingen ais regelmatig dienen aangezien.

Van de zegels uit de tweede periode (zending la) zijn nauwkeurige oplages en data bekend:


30.000 op  21-12-53

30.000     23 of 24-12-53

60.000     28 of 29-12-53

30.000      31-12-53

60.000     05-01-54

20.000     07-01-54

20.000     op   9-01-54

30.000     21-01-54

50.000     25-01-54

30.000     26-01-54

40.000     28 of 29-01-54

Ook hier valt op te merken  dat 230.000 zegels     onwettelijk werden   afgestempeld    vòòr het verschijnen  van de dienstnota.             

b. 1,00 Fr cijfer op heraldieke leeuw (nr. 859)

In het voorjaar van 1954 moet de catalogus reeds tussen 200 en 250 gram gewogen hebben want voor de verzending ervan was een port van 1,00 Fr vereist. (0,20 Fr per 50 gram of gedeelte van 50 gram)

De serie vooraf gestempelde zegels van die periode bevatte geen waarde van 1,00 Fr. Op 26-2-54 verscheen volgende dienstnota:

Frankering en afgifte van de briefwisseling

De firma UNIGRO zal eerlang grote hoeveelheden zendingen afgeven welke zullen gefrankeerd zijn met zegels van 1 Fr. Deze zegels zullen voorafgestempeld zijn, d.w.z. in bladen en door middel van de datemstempel met inktrol van het St. Niklaas (W). Daar het stempelwerk bestaat uit een afdruk van de datumstempel gevolgd door een vlam, zullen sommige zegels slechts de evenwijdige Lijnen van de vlam dragen. Deze zendingen zijn als regelmatig te aanzien.

De kantoorhoofden gelieven de aandacht van hel personeel op deze bijzonderheid te vestigen.

Van deze tweede zending zijn ook nauwkeurige data en oplages bekend:


20.000 op  31-03-54

20.000     3-04-54

20.000     7-04-54

20.000     9-04-54

20.000 op  20-04-54

20.000     21-04-54

20.000     23-04-54

20.000     27-04-54

10.000     29-04-54

2.000 30-04-54

50.000     op 18-05-54

50.000     21-05-54

50.000     03-06-54

50.000    11-06-54

50.000     16-06-54

20.000     21-06-54

10.000     23-06-54

50.000     30-07-54

50.000     05-08-54

Op 1 juli  1954 wordt de 1,00 Fr. typografisch voorafgestempeld (Type E    1954-1955). Men  mag  aannemen dat in het begin de waarde in St. -Niklaas niet of niet in voldoende mate voorhanden was want er zijn nog UNIGRO-afstempelingen gevonden op 30-7-54 en op 5-8-54.

c. 1,20 Fr Leopold III “open kraag” (nr. 845)

Einde 1954 woog de catalogus tussen 250 en 300 gram want voor de derde zending was een frankering van 1,20 Fr noodzakelijk. En weer was geen typo-préo van die waarde voorhanden.

Op 10-9-54 verscheen volgende dienstnota:

Frankering en afgifte van de briefwisseling

De firma UIGRO zal eerlang grote hoeveelheden zendingen afgeven welke zullen gefrankeerd zijn met zegels van 1,20 Fr. Deze zegels zullen voorafgestempeld zijn d.w.z. in bladen en door middel van de datumstempel met inktrol van het kantoor St.-Niklaas (W). Daar het Stempelwerk bestaat uit een afdruk van de datumstempel gevolgd door een vlam, zullen sommige zegels slechts de evenwijdige lijnen van de vlam dragen. Deze zendingen zijn als regelmatig te aanzien.

De kantoorhoofden gelieven de aandacht van het personeel op deze bijzonderheid vestigen.

Data en oplages:

40.000 op  13-09-54

45.000     17-09-54

45.000     21-09-54

45.000     23-09-54

45.000     27-09-54

45.000     01-10-54

45.000     op 6-10-54

45.000     21-10-54

45.000     27-10-54

45.000     29-10-54

45.000     03-11-54

Na een nieuwe dienstnota van 18-3-55 werd toestemming gegeven een bijkomende zending, gefrankeerd met 1,20 Fr, met het datumstempel vooraf te stempelen. 

Data en oplages:

50.000 op  15-03-55

50.000     17-03-55

50.000     21-03-55

50.000     28-03-55

50.000     31-03-55

50.000     op 12-04-55

50.000     30-04-55

70.000     03-05-55

50.000     8-05-55

40.000     12-05-55

d. 0,40 Fr cijfer op heraldieke leeuw (nr. 853)

Tijdens een bijkomende verzending van catalogi in januari 1955 had de firma zegels van 0,40 Fr nodig. Men gebruikte hiervoor de typo-préo maar men had 800 zegels te weinig om de zending in eenmaal te versturen. Noch het postkantoor bij het bedrijf, noch het hoofdkantoor van St.-Niklaas had de zegels in voorraad.

Het probleem werd opgelost door gebruik te maken van de voorafstempeling met het datumstempel waardoor een buitengewone rariteit werd gecreëerd voor de filatelisten.

7. Waarde van de préo-stukken

Ondanks deze enorme hoeveelheden voorafstempelingen is er voor depréo-liefhebber slechts weinig materiaal overgebleven. Aangezien het datumstempel ook gebruikt werd voor gewone zendingen kunnen losse, afgeweekte zegels niet geïdentificeerd worden als UNIGRO-voorafstempelingen.

Volgende stukken kunnen echter wel in een verzameling opgenomen worden

  1. Volledig kruisbandje, bewaard door de bestemmeling.
  2. Volledig kruisbandje, teruggezonden aan de afzender en voorzien van extra-stempels of opgave van redenen van niet-bestelling zoals overleden, adres onbekend, terug aan afzender, enz… Deze stukken hebben daarenboven een meerwaarde omdat ze zonder twijfel verzonden zijn.
  3. Fragmenten van 1) en 2)

De studie besluit met een tabel met coëfficiënten die de moeilijkheidsgraad van het vinden aangeven:

fragmenten met zegels waarop:

  • deel van de golflijnen, standen A-B 1 
  • deel van de golflijnen, standen C-D 5
  • deel van het woord St.-NIKLAAS 4
  • deel van de zeven punten 3
  • deel van de datum 6
  • volledige datum 15
  • gelijk welk stempeldeel op de 0,40 Fr. 150
Unigro krantenbandje

De eerste dienstnota waarin deze overeenkomst werd beschreven dateert van 23-8-55

8. Naschrift

De préo van 1,20 Fr zou de laatste     in zijn soort worden. Midden 1955 sloot de firma een akkoord met de Postadministratie waarbij voortaan de catalogus zou gefrankeerd worden met de hoogste waarde van de voorhanden zijnde typo’s en het verschil zou bijbetaald worden in speciën.

De eerste dienstnota waarin deze overeenkomst werd beschreven dateerd van 23-8-55:

De firma UNIGRO te St.-Niklaas (W) zal op het einde van deze maand of in het begin van de maand september e.k., ongeveer 500.000 catalogi van 315 gram afgeven. Elke zending zal gefrankeerd zijn door middel van een voorafgestempelde postzegel van 1 Fr. Het supplement van de frankering, hetzij 0,40 Fr, zal niet vertegenwoordigd worden op de genoemde verzendingen. De kantoortitularissen zullen deze zendingen zonden heffing van taks laten uitreiken. M.a.w. deze verzendingen worden, ten uitzonderlijken titel, als regelmatig gefrankeerd beschouwd.

Deze combinatie van twee frankeersystemen zou tot  8-9-60 nog 34 keer worden toegepast, telkens na aankondiging via een dienstnota. Nadien werd overgegaan op het stelsel van de gehele betaling in speciën, met de vermelding op de drukwerkbanden:

“P.P./P.B.” (port payé/port betaald).

Het zal wel steeds een raadsel blijven, waarom niet van het begin af in 1953, met dit toen reeds bestaande systeem werd gestart.

Men kan zich eveneens afvragen waarom de firma geen gebruik heeft gemaakt van frankeermachines. Dit zou wel geprobeerd zijn maar de machines bleken te fragiel te zijn voor de passage van de catalogus met kruisbandje en gaven vlug de geest.

Ik wil deze reeks beëindigen met een citaat uit de studie van de heren Bruwière en Van Damme:

Stukken die men kan vinden.

  1. Kruisbandjes in nieuwe staat. Deze zijn raar en komen voor uit zeldzame restanten van de firma die ze gegeven heeft aan enkele verzamelaars ter documentatie en uit dank. Voegen we hier aan toe, dat de firma UNIGRO alle korrespondentie die betrekking heeft op de préo’s vernietigd heeft en dat het dus nutteloos is haar aan te schrijven.
Met dank aan dhr. L. de Clercq voor de dienstnota’s en aan dhr. W. Van Riet voor de aanvullingen betreffende de periode nà 1955.

Deel 1 vindt u hier


© Studiegroep voorafstempelingen 2020