100 jaar drukwerkrolstempels 1912-2012

100 Jaar DRUKWERKROLSTEMPELS (1912 – 2012)

 door Gerard Karman

Het was vorig jaar 100 jaar geleden dat het drukwerkrolstempel werd geïntroduceerd en het lijkt me goed om nog eens stil te staan bij wat dit stempel ons op filatelistisch gebied heeft gebracht.

Het verzamelen van drukwerkrolstempels speelt zich af in betrekkelijk kleine kring. Dat is van het begin af aan zo geweest. Gelukkig zijn er van meet af aan mensen bezig geweest om uit te vinden welke postkantoren dit stempel hebben gebruikt en in welke jaren. Ik zal proberen dat hierna zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. In het algemeen wordt in het stempel ook een jaartal opgenomen, afgekort tot de laatste twee cijfers, maar het wordt ook wel eens gebruikt zonder jaartal en ook wel eens in combinatie met en zonder jaartal. 

1. Het duurde tot 1927 vóór een verzamelaar zich zette aan het opschrijven van zijn bevindingen. Dat was G.W.A. de Veer met een artikel in het Nederlandsch Maandblad voor Philatelie. De Veer schreef uitsluitend over de ½-cent-waarde van de cijfer-emissie 1899. Dit is de de zegel waarop het stempel het meeste voorkomt. In de eerste publicatie van juli 1927 komt hij tot 426 exemplaren, maar er kwamen zoveel reacties op, dat in het augustus-nummer een nieuwe lijst werd afgedrukt met 540 exemplaren, allemaal van de ½-cent-waarde.

Afb. 1 Emmen 1920

De Veer doet uitvoerig verslag van de gang van zaken in die tijd en het is aardig om twee dingen te noemen. 

a. De Veer blijft zich verbazen over het gebrek aan belangstelling bij verzamelaars voor dit stempel dat zoveel te bieden heeft. Ook in onze tijd kan nog steeds hetzelfde gezegd worden. 

b. Met speuren werden veel nieuwe vondsten gedaan. Ofschoon wellicht minder talrijk, ook nu worden nog ontdekkingen gemeld.

De auteur vermeldt alle gevonden zegels, maar geeft geen waarderingen, behalve dan de mededeling dat partijtjes kilowaar te krijgen zijn, waarin soms wel enige duizenden drukwerkrolstempels kunnen worden gevonden en dat geldt helaas niet voor deze tijd.

2. De grote doorbraak wat publicaties betreft, kwam in 1969 toen Frans Blom een serie van drie artikelen plaatste in de nummers van mei, juni en augustus 1969 van het Maandblad voor Filatelie. Woorden schieten tekort om deze publicatie te prijzen en het is aan te bevelen om van de artikelen kopieën te maken en dat moet met enige moeite van een tijdschrift uit 1969 nog mogelijk zijn. Het levert elf pagina’s zeer nuttige documentatie op. Het meest bijzondere is de lijst met een puntenwaardering van de drukwerkzegels van de emissie 1899 die bij het derde artikel van augustus 1969 is gevoegd. De punten variëren van 10 tot 250 en de meest zeldzame zegels zijn aangeduid met de letters R en RR.

Afb. 2 Leens 1920

Blom kwam tot een aantal van 700 verschillende zegels van de ½-cent van de drukwerkemissie met drukwerkrolstempel. 

3. Hoe anders is de prestatie die A.H. Bonefaas in 1981 leverde met de uitgifte van zijn catalogus die nu al dertig jaar goede diensten bewijst aan de verzamelaars van  drukwerkrolstempels. In deze catalogus wordt de ½-cent van de drukwerkzegel van 1899 gewaardeerd met een prijs in klinkende munt en de overige waarden van die emissie moeten het doen met alleen maar een vermelding. Het valt moeilijk om het door Bonefaas gehanteerde prijsnveau (in guldens) te vergelijken met de prijzen van nu (in Euro’s). Wat Bonefaas vooral heeft bereikt, is dat het aantal overige waarden van de emissie 1899 waarvan bekend is dat ze voorkomen met drukwerkrolstempel, flink is toegenomen.

Afb. 3 Hoogeveen 1918

4. Een publicatie van belang is het artikel dat Cees Janssen heeft geplaatst in de Catalogus Nationale Postzegel Tentoonstelling van mei 1995 in Maastricht. Het is een uitgebreid historisch overzicht met vooral veel bijzonderheden over de verstrekking van de verschillende stempels. Voor een analyse van de ½-cent-waarde van de drukwerk-emissie 1899 leent het zich minder goed, omdat niet wordt gesproken over de aantallen per zegelwaarde, maar meer over de vraag welke stempels zijn verstrekt.

Afb. 4 Uithuizen 1919

5. Cees Janssen is ook de auteur van het Handboek Nederlandse Poststempels waarvan in 2008 deel 2 is verschenen, in welk deel de periode 1900 – 1980 wordt behandeld en dus ook de drukwerkrolstempels aan bod komen. Deze stempels worden uitvoerig beschreven met een uitgebreide inventarisatie van de verstrekking van de stempels aan de post-kantoren en de daarbij behorende jaarkarakters. In dit handboek worden voor het eerst van alle kantoren afdrukken van de stempels getoond, voor het merendeel afkomstig uit de stempelboeken van de Rijksmunt waar deze stempels werden vervaardigd. Het handboek is niet meer op de markt.

Afb. 5 Baarn 1921

6. In de zesde publikatie komen we opnieuw, voor de derde maal, Cees Janssen tegen, ditmaal als de samensteller van een eenmalig katern drukwerkrolstempels in de Speciale Catalogus Nederland N.V.P.H 2010. Opmerkelijk in dit katern is de prijslijst van de drukwerkrolstempels op de ½-cent-waarde van de emissie 1899 en wel door een totaal nieuwe vaststelling van de prijzen, gebaseerd op de marktprijzen. Ook worden regels gegeven voor de noteringen van de stempels op andere postzegels dan die van de cijferemissie 1899. 

Afb. 6 Joure 1916

De lijst van Cees Janssen is van grote betekenis geweest voor het verzamelgebied. Na bijna honderd jaar van het ontbreken van iedere waardering voor de meest zeldzame stempels – van sommige is maar één exemplaar bekend – is er nu een prijslijst met voor sommige van die zeldzaamheden de aanduiding LP voor ‘liefhebbersprijs’. Daarentegen is in de lagere regionen, waaronder de zegels met een minimumprijs van € 2.50, mogelijk sprake van een overwaardering, maar dat zal de tijd moeten leren.

Het komt maar weinig voor dat individuele zegels met een drukwerkrolstempel op veilingen worden aangeboden, maar bij enige van die gelegenheden kreeg ik in de tweede helft van 2011 de kans de lijst van Janssen te checken op de huidige marktprijzen.

Zo gingen van de hand:

  • a. 50 cent Lebeau met s’Gravenhage RPS voor € 92.- (lijst Janssen € 150.-)
  • b. ½ ct 1899 met Amsterdam 1917 voor € 46.- (lijst Janssen € 75.-)
  • c. ½ ct 1899 met Hulst 1915 voor € 20.- (lijst Janssen €  25.-)
  • d. ½ ct 1899 met Hulst 1920 voor € 26.- (lijst Janssen € 25.-)
  • e. ½ ct 1899 met Wijhe 1920 voor € 20.- (lijst Janssen € 25.-) 

Het zijn te weinig gegevens om er conclusies aan te verbinden, maar ze rechtvaardigen wel het vermoeden dat de lijst Janssen inderdaad op marktgegevens is gebaseerd.

De aantallen. 

Uit de geciteerde bronnen blijkt hoe het verloop is geweest van het onderzoek naar de aantallen zegels van de ½ ct cent waarde 1899 met het drukwerkrolstempel in de loop van de laatste honderd jaar. 

Eerste publicatie G.W.A. de Veer augustus 1927                 426 stuks

Tweede publicatie G.W.A. de Veer november 1927              540 stuks 

Publicatie Frans Blom 1969                                                   700 stuks

Lijst Cees Janssen NVPH 2010                                              728 stuks

Vondsten na publicatie Lijst Janssen                                     734 stuks 

Er valt uit deze cijfers enige lering te putten. Van 1969 tot 2009 (verschijning catalogus NVPH) 28 nieuwe afdrukken. Dat is nog niet één afdruk per jaar. Van 2009 tot 2012 iets meer, 6 stuks, maar dat zegt niet zoveel, behalve dat er nog hoop blijft bestaan op nieuwe ontdekkingen. 

De zeldzaamheden 

Van een aantal kantoren zijn nauwelijks afdrukken bekend. Het zijn:

  • Brielle
  • Dokkum
  • Heerenveen
  • Koog aan de Zaan
  • Venlo

Eén van de redenen is waarschijnlijk het geringe gebruik van het stempel in deze plaatsen, ook qua tijd van gebruik, hooguit één of enkele jaren. In de “Lijst De Veer” (zie punt 1 hiervoor) worden deze zeldzame zegels allemaal aangeduid met R of RR. 

Ontdekkingen in de periode 1969 tot 2012 op ½ cent)                                                                                  

Afb. 7 Meppel zonder jaartal

Afb. 8 Wolvega 1918

De nummers 1 t/m 4 zijn al opgenomen in de ‘Lijst Janssen’. 

Tenslotte

Reacties op dit artikel zal ik graag ontvangen op mijn email-adres: gerard@karman.nl

Dit artikel werd eerder geplaatst in  het Maandblad Filatelie van februari 2013.

Reacties op 100 jaar drukwerkrolstempels

Reacties: van 12 verzamelaars ontving ik een reactie op mijn artikel in het februarinummer over “Honderd jaar drukwerkrolstempels”. Drie verzamelaars hebben mij attent gemaakt op twee fouten in mijn lijstje met tien nieuwe ontdekkingen die ik met zoveel trots meldde.

Achteraf gezien begrijp ik niet dat ik zo licht- vaardig te werk heb kunnen gaan en hoe ik zo zeker kon zijn van mijn zaak. Het waren John Hoevenaar, Hans Kremer en Nico van der Lee. De twee foute ‘ontdekkingen’ waren Raalte en Lunteren. Raalte bleek Baarn te zijn waarvan een stukje van de poot van de B ontbrak en Lunteren kwam uit de bus als Dalfsen. Het was uiteindelijk Hans Kremer (vanuit de Verenigde Staten) die Dalfsen ‘14 aan het licht bracht.

Ik ben de drie inzenders zeer dankbaar dat ze mijn fouten hebben ontdekt en dat nu ieder- een kan weten dat de drukwerk rolstempels Raalte en Lunteren niet bestaan, zoals Cees Janssen al veel eerder wist.

Bijzondere meldingen

Met des te meer genoegen kan ik enkele bijzondere meldingen noemen, waarop ik niet had durven hopen. Wieger Jansma bezit een cijfertype no. 50
met het drukwerk rolstempel Heerenveen ‘19 en een krantenbandje met het stempel Koog Zaandijk op cijfertype no. 50.

Nico van der Lee bezit meerdere zeldzaamheden: Heerenveen ‘19 op los zegel en ook nog eens hetzelfde stempel op een blanco envelop, plus twee bandjes met Koog Zaandijk plus Uithuizen ‘20 plus Groningen 2 ‘20.
Jelle Briedé mag zich gelukkig prijzen met het bezit van het stempel Zwolle ‘20 op vier verschillende waarden. Mike Molle maakte mij opmerkzaam op de Nederlandse website “precancels” waarover hij het beheer voert.

Baarn (en niet Raalte)

Dalfsen (en niet Lunteren)

Waarom ik er zo aan hecht om deze bezittin- gen met naam en toenaam te noemen, is dat ik gedurende een heel lange tijd (vanaf 1969) de kantoren Heerenveen en Koog Zaandijk niet op drukwerk rolstempels heb aangetroffen of als bezit heb horen noemen, zodat ik wel eens twijfelde aan het bestaan ervan. We kunnen nu nog hoop hebben.

De overige acht inzenders hadden wat minder te melden, variërend van het bezit van enkele zegels tot maximaal vijftien stuks, ofwel zij noemden geen aantallen. Niettemin plezierige reacties. Al met al ben ik zeer tevreden over deze resultaten.


© Studiegroep voorafstempelingen 2020